Melding sluiten
inzicht en ontwikkeling
Menu

2 jaar Jeugdwet: wat gaat goed, wat kan beter?

Ingeborg Galama: 'Waarborging van zorg bij zwaardere problematiek is pijnpunt'

De evaluatie van de Jeugdwet en de Wet herziening Kinderbeschermingsmaatregelen, die 1 januari 2015 zijn ingegaan, zou december 2017 een eind gevorderd zijn, maar beiden zijn nog lopende trajecten. Volgens Ingeborg Galama, docent van de GITP PAO cursus Kinder- en jeugdrecht in kort bestek, is dit uitstel niet vreemd. ‘Na de invoering van de Jeugdwet was er veel kritiek vanuit de politiek en de media. De belangen zijn groot. Daarnaast is de evaluatie een omvangrijke klus en in vijf deelstudies verdeeld, waarbij een van die deelstudies zich richt op de aansluiting op de kinderbeschermingsmaatregelen. Stel dat er een wijziging moet komen, dan willen de vele organisaties die bij de evaluatie betrokken zijn, goed beslagen ten ijs komen.’  In dit interview geeft Ingeborg haar visie op 2 jaar nieuwe wetgeving. Wat gaat goed, wat kan beter?  


Over Ingeborg Galama

Ingeborg Galama is sinds 2007 juridisch adviseur bij de Raad voor de Kinderbescherming en samen met Kees Blankman, docent bij de Vrije Universiteit, als docent betrokken bij de GITP PAO cursus Kinder- en jeugdrecht in kort bestek. In de cursus gaan Ingeborg en Kees uitgebreid in op de evaluaties van bovenstaande wetten en op een rapport over de gevolgen van de transitie van de Jeugdzorg van de hand van de gemeentelijke ombudsman van Rotterdam. De hoofdpunten van het cursusprogramma zijn:

  • Grondige kennismaking met juridische aspecten van de jeugdhulpverlening
  • Kinderbescherming, ondertoezichtstelling en kindermishandeling
  • Juridische consequenties van uw doen en laten als hulpverlener
  • Implicaties van de nieuwe Jeugdwet

De cursus is bestemd voor (ortho)pedagogen, (kinder)psychologen, jeugdreclasseringmedewerkers en andere professionals die bij een instelling of vanuit eigen praktijk werken in de hulpverlening aan kinderen en jeugdigen. 

Lees meer over de cursus Kinder- en Jeugdrecht in kort bestek.

 
 
   

 Het grotere kader snappen, is best ingewikkeld

Volgens Ingeborg bouwen niet juridisch geschoolde professionals hun juridische kennis vaak op door ervaring. ‘Ze beschikken daardoor niet over een overkoepelend referentiekader. Dat heeft tot gevolg dat ze problematiek waarmee ze niet eerder te maken hebben gehad, niet goed weten te plaatsen.  Daar staat tegenover dat het heel lastig is om alles uit de wet te snappen. Zeker omdat er parallel aan de Jeugdwet nog allerlei wetten zijn die op elkaar ingrijpen, zoals de Wmo, de Participatiewet en wetten op medisch vlak. Dit is voor mij als jurist zelfs niet te overzien. Voor een professional begint het vaak al met de vraag naar het verschil tussen vrijwillige en gedwongen hulpverlening. Wat zijn de rechten en plichten voor de cliënt en de hulpverlener, wat zijn de mogelijkheden van hulpverlening, door wie wordt het betaald? Het antwoord op deze vragen wordt bepaald door het vertrekpunt: Wordt een gezinsvoogd betrokken of ga je als hulpverlener met ouder en kind aan de slag?’


Grote steden versus kleine gemeenten

Na de invoering van de Jeugdwet was er veel kritiek op de wijkteams. De wijkteammedewerkers zouden geen verstand hebben van de problemen van kinderen, omdat ze gewend waren voornamelijk met ouderen te werken.  Volgens Ingeborg is daar vooral in de grote steden veel in verbeterd. ‘Grote steden hebben meer wijkteams, dus er is meer ruimte om te differentiëren in aanbod van zorg en dat doen ze ook.  In kleine gemeentes is het echter nog steeds lastig.  Wanneer een wijkteammedewerker van een kleine gemeente ineens een tienermoeder of eergerelateerd geweld voor zijn neus krijgt, en dat nog nooit bij de hand heeft gehad, kan hij niet terugvallen op zijn eigen ervaringen en de ervaringen van collega’s.’


Druk op professionals in kleine gemeentes

‘In kleine gemeentes zijn de tools, know how, contacten en het netwerk niet voorhanden om met weinig voorkomende problematiek op de juiste wijze aan de slag te gaan. Dat legt veel druk op de professional. Je wordt geacht over de juiste expertise te beschikken, maar die is er niet.  Een tienermoeder of eergerelateerd geweld vraagt om gespecialiseerde hulp. Het is daarom niet eerlijk om dit bij professionals in kleinere gemeentes in de schoenen te schuiven. De andere kant van het verhaal is echter, dat de professional vanuit zijn onwetendheid veel fout kan doen omdat hij helemaal geen notie heeft dat het om eergerelateerd geweld gaat, als een zwanger meisje met een etnische achtergrond, aanklopt voor hulp omdat ze doodsbang is vermoord te worden door haar broer.
Kleine gemeentes proberen het gebrek aan expertise te ondervangen door samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere kleine gemeentes en kopen gezamenlijk zorg in. Maar, de gemeentes blijven zelf verantwoordelijk voor de zorg en het budget. Dat betekent dat er altijd compromissen moeten worden gesloten. Scholing van professionals is een oplossing, maar de opleidingskeuze is weer afhankelijk van de zorg die is ingekocht. Dit probleem zal nog wel een tijd blijven bestaan.’  

Korte termijn zorginkoop van gemeentes

Een ander punt waar vanuit het veld veel kritiek op is, is de gemeentelijk zorginkoop. Zowel grote als kleine gemeentes zijn voortdurend op zoek naar de goedkoopste zorgaanbieder. Er worden contracten afgesloten van slechts een jaar, om, zodra zich een goedkopere zorgaanbieder op de markt begeeft, direct over te kunnen stappen. ‘Deze manier van zorginkoop maakt het voor zorgaanbieders erg ingewikkeld. Grote organisaties willen medewerkers aan zich kunnen binden om kennis op te bouwen en mensen op te leiden. Je kunt niet investeren als je niet weet of je volgend jaar weer een contract hebt. Het ministerie van WVS voert momenteel de druk bij gemeentes op om in plaats van kortdurende contracten, 3- tot 5-jarige contracten af te sluiten.’

Pijnpunt in de wet

‘Voor bijvoorbeeld gecertificeerde instellingen, waar de jeugdreclassering en jeugdbescherming onder vallen, zijn de talloze contracten die moeten worden afgesloten met gemeentes en het gebrek aan continuïteit, een groot probleem. De kennis en know how in het gedwongen kader moeten aanwezig blijven en continu verder opgebouwd worden. Als deze organisaties omvallen, kun je niet zomaar even opnieuw beginnen. Daarnaast is het voor cliënten die van deze zorg afhankelijk zijn, ook een groot probleem.  Het uitgangspunt “1 plan en 1 gezinsmanager” is moeilijk vol te houden als er geen continuïteit is. Juist zware problematiek gaat gepaard met langere hulptrajecten. Het geld en de know how daarvoor moeten wel gewaarborgd blijven. Dit is echt een pijnpunt van de wet.’ 

Makkelijker gezegd dan gedaan

Ingeborg vindt de Jeugdwetprincipes “eigen netwerk inschakelen”,  “dichtbij de mensen hulp aanbieden”, “oplossingsgericht werken”, “de context om kind heen groter maken”, heel goed, maar stelt dat dit makkelijk is gezegd. ‘Je moet ook de zorg geregeld hebben voor cliënten die geen netwerk hebben om op terug te vallen, of als je merkt dat oma haar verslaafde dochter niet kan haendelen. Dat kost geld. Het mag nooit zo zijn, dat geld voor de inhoud gaat. Gemeentes zijn verplicht deze basisverantwoordelijkheid van veiligheid voor kinderen waar te maken.’

Dit is de professional niet te wijten

‘Je kunt als gemeente nog zo goed je preventie voor elkaar hebben, wanneer een kind in een gezin wordt geboren met multipele problematiek, kan het gebeuren dat dit kind op een gegeven moment uit huis moet worden geplaatst. Dit kun je de professional niet verwijten.  Een hulpverlener redt het niet altijd om dat te voorkomen, ook al zou hij dat het liefst willen. Het systeem gaat er nu vanuit dat het voor mensen niet te gemakkelijk gemaakt moet worden om van voorzieningen gebruik te maken. Maar in 99% van de gevallen doen mensen dat niet expres.’ 

Geschrokken van de problematiek

‘Mensen met multipele problematiek krijgen ook kinderen. En dat zal altijd zo blijven. Veel gemeentes zijn dan ook geschrokken van de problematiek waarmee ze de afgelopen 2 jaar zijn geconfronteerd. Zo kan de casus zich voordoen van een zwakbegaafde ouder bij wie vanaf de start ernstige zorgen zijn over diens mogelijkheden om de baby goed te verzorgen. Of van een 14-jarig meisje dat uitvalt op school, wegloopt en met prostitutie te maken krijgt. Of van een hele ernstige vorm van kindermishandeling waarbij het kind levensgevaar loopt.’ 

Het dilemma vrijwillig versus gedwongen

Een dilemma dat volgens Ingeborg sinds de invoering van de nieuwe Jeugdwet bij veel hulpverleners speelt, is het dilemma tussen vrijwillig en gedwongen hulpverlening. ‘Aan de voorkant heb je minder mogelijkheden om in te grijpen bij veiligheidsissues. Aan de andere kant, voorkom je met oplossingsgericht werken, dat de hulpverlening gejuridiseerd wordt. Dit is een groot spanningsveld. Als hulpverlener probeer je de ouders binnen te houden, maar wat als dat niet lukt?  Wat is dan je verantwoordelijkheid? Zeker nu professionals sinds de invoering van de Jeugdwet meer verantwoordelijkheid hebben gekregen.’

Kwetsbaar bij fouten

‘De zwaardere verantwoordelijkheid die hulpverleners hebben gekregen, maakt professionals, vooral in het gedwongen kader, heel kwetsbaar. Cliënten in een gedwongen traject, kunnen terecht of onterecht heel kritisch zijn en de hulpverlener voor de tuchtraad brengen. En als de media er dan ook nog bovenop zit, komt de zaak onder een vergrootglas te liggen. Zie dan nog maar eens je werk te doen zoals je het altijd doet. Het is goed dat de tuchtraad er is en dat bij grote zaken ook de inspectie erbij wordt gehaald, maar als er nu een keer iets fout gaat, komt er heel veel druk bij de professional te liggen. Daarom is het belangrijk het werk zo te organiseren dat professionals met elkaar in gesprek gaan over de dilemma’s die ze in hun werk tegenkomen en hoe ze van elkaars aanpak maar ook van elkaars fouten kunnen leren. Dat zou veel gewoner moeten worden.’


Alle bovengenoemde onderwerpen en nog veel meer, komen aan de orde in de cursus Kinder- en jeugdrecht in kort bestek. De cursus met daarin ook aandacht voor de evaluatie van de Jeugdwet start 9 maart in Utrecht. Lees meer en schrijf je in!