Melding sluiten
inzicht en ontwikkeling
Menu

Dyslexie in het voortgezet onderwijs

Beatrijs Brand: ‘De diagnostiek is net zo complex als bij ADHD en autisme’

‘Diagnostiek van dyslexie is net zo complex als de diagnostiek van ADHD en autisme. Het is veel meer dan alleen het in kaart brengen van lezen en spellen. Zeker in het voortgezet onderwijs is het van belang zorgvuldig te kijken, omdat er veel meer kan spelen en  kinderen de tijd hebben gehad om meer compensatiestrategieën te ontwikkelen.’ Aan het woord is Beatrijs Brand, docent van de GITP PAO blended cursus Dyslexie in het voortgezet onderwijs. 

De huidige toename van dyslexieverklaringen, ook gesignaleerd door de landelijke media, heeft volgens Beatrijs een veelheid aan oorzaken. De toegenomen prestatiedruk in onze samenleving is er een van. ‘Immers, kinderen die op een te hoog niveau zitten, hebben baat bij meer tijd. Een dyslexieverklaring kan daarvoor zorgen. Dyslexie is handel geworden. Bureautjes bieden via kort en beperkt onderzoek een dyslexieverklaring aan. Om deze wildgroei te stoppen, worden momenteel de richtlijnen voor de diagnostiek van dyslexie aangescherpt door de landelijke beroepsvereniging van gedragsdeskundigen. Dit gebeurt op basis van duidelijke richtlijnen die in 2016 door de Stichting Dyslexie Nederland zijn opgesteld.’

Wil je meer weten wat een dyslexieverklaring betrouwbaar maakt?
Wat zijn kenmerken van logisch en consistent onderzoek?

Bekijk het webinar 'Kritische diagnostiek van dyslexie' door Beatrijs

 

Over Beatrijs Brand


Beatrijs Brand is orthopedagoog/GZ-psycholoog bij de School Psychologische Praktijk te Haarlem.
Samen met Judith Bekebrede, orthopedagoog en docent van de universitaire Pabo Amsterdam, is ze als docent betrokken bij de GITP PAO blended cursus Dyslexie in het voorgezet onderwijs. In deze praktijkgerichte cursus staan de volgende vragen centraal:

  • Wat is de oorzaak van de groei van het aantal kinderen met lees- en spellingsproblemen? 
  • Hoe kun je leerlingen met dyslexie adequaat signaleren?
  • Veranderen de symptomen als leerlingen ouder worden? 
  • Hoe ziet de diagnostiek bij leerlingen in het voortgezet onderwijs eruit? 
  • Hoe toon je de hardnekkigheid van de problematiek aan? 
  • Wat zijn goede compenserende en dispenserende middelen? 
  • Hoe kan dyslexiebeleid worden vormgegeven? 
  • Wat is de rol van de gedragsdeskundige in het voortgezet onderwijs?
 
    

Wat is de leergeschiedenis?

Dyslexie is volgens Beatrijs niet vast te stellen met alleen de momentopname tijdens het onderzoek, zeker als dat onderzoek bestaat uit één uur lees- en spellingsvaardigheden testen.  ‘Ook de leergeschiedenis van het kind heeft betekenis. Door samen met de ouders van het kind de opvallende zaken in de spraak-, taal- en leesontwikkeling tot nu toe door te lopen, krijg je een veel beter beeld. Zo kan een moeder vertellen dat haar zoon in groep 2 graag wilde leren lezen, maar nu hij in groep 3 zit lezen heel moeilijk vindt.  Alleen via een uitgebreide intake met ouders en kind kun je dit soort informatie naar boven halen. Ook de schoolrapporten en of een kind extra hulp of bijles heeft gehad op de basisschool, is relevante informatie. Belangrijk is om de bottle necks tijdens de basisschoolperiode te achterhalen.’


Nieuwe groep in voortgezet onderwijs

Er dient zich in het voortgezet onderwijs een nieuwe groep leerlingen aan waarbij dyslexie op de basisschool niet is onderkend. Beatrijs: ‘Kinderen met voldoende woordenschat en havo- of vwo-potentie kunnen op de basisschool hun zwakke spellings- en leesvaardigheden redelijk gemakkelijk compenseren. Die groep wordt pas zichtbaar in het vo omdat de taakeisen toenemen.’ 


Signaleren in het voortgezet onderwijs

Voor een adequate signalering van mogelijke dyslexie in het voortgezet onderwijs zouden docenten volgens Beatrijs het beste kijken naar leerlingen die snel van begrip zijn en over goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheden beschikken, maar hun leeswerk niet af krijgen en gekke spelfouten maken.  ‘Traag lezen is meestal niet zo zichtbaar in de klas. Dat vraagt dus goede observatie en kennis over wat dyslexie is. Zwakke spelling wordt veel vaker gesignaleerd, maar daar staat tegenover dat er veel kinderen zijn bij wie de spelling zwak is. Bij een pientere leerling die zijn werk niet afkrijgt en rare spelfouten maakt, ondanks dat de leerling wel voldoende onderwijs heeft gehad, moeten de alarmbellen afgaan.’ 


Zijn er familieleden met dyslexie?

Een tweede aanwijzing voor mogelijke dyslexie is wanneer dit leerprobleem in de familie zit. ‘Dat kunnen de ouders aangeven. Een officiële diagnose is in de vorige generatie vaak niet gesteld, maar als de moeder bijvoorbeeld aangeeft dat haar man zo traag leest en ook nooit een boek pakt, of dat haar vader zulke vreemde spelfouten maakt, dan kun je denken aan familiaire dyslexie. Dat wil nog niet zeggen dat het kind ook dyslexie heeft, maar er is wel een verhoogde kans.’

 Voorbeelden uit de praktijk


Praktijkvoorbeeld 1

Een leerling wordt aangemeld met diverse problemen. Het kind heeft moeite met lezen en spellen maar ook met plannen, en is weinig gemotiveerd. De ouders hopen via een dyslexieverklaring dat hun kind verlenging van tijd krijgt bij toetsen en het centraal schriftelijk. Wanneer alleen lezen en spellen worden onderzocht, kunnen andere problemen over het hoofd worden gezien en kan de leerling misschien ten onrechte dyslectisch worden verklaard.  

Praktijkvoorbeeld 2
Een leerling wordt aangemeld vanwege concentratieproblemen. Hij doet heel lang over zijn huiswerk en is voortdurend afgeleid. Dit hoeft echter nog niet te betekenen dat gebrek aan concentratie de primaire oorzaak is. Iemand die traag leest en veel leeswerk te doen heeft, komt net zo goed niet door zijn huiswerk heen en raakt eveneens snel afgeleid. Leestraagheid op basis van dyslexie zou bij dit kind de primaire oorzaak kunnen zijn. De slechte concentratie is dan een secundair probleem.

 


Praktijkgerichte diagnostische besluitvorming

In de cursus is veel tijd ingeruimd voor praktijkgerichte diagnostische besluitvorming:

  • Welke vragen stel je?
  • Waar kijk je naar in de leergeschiedenis?
  • Welke toetsinstrumenten gebruik je?
  • Wat is de rol van intelligentieonderzoek?
  • Wat zijn diagnostische dilemma's en hoe ga je daarmee om? Heel veel kinderen voldoen niet aan alle criteria van dyslexie. Hoe neem je dan een beslissing? 


Schoolbeleid

Elke school in het voortgezet onderwijs heeft een dyslexiebeleid, dat is wettelijk bepaald. Dit beleid wordt echter zeer verschillend ingevuld. ‘We besteden in de cursus aandacht aan het opzetten en verbeteren van dyslexiebeleid omdat we merken dat veel orthopedagogen en schoolpsychologen daarbij betrokken worden. We gaan in op punten als: hoe kun je mogelijk dyslectische leerlingen signaleren, welke compenserende en dispenserende maatregelen kan een school inzetten, bij welke vakken gebruiken we die en hoe kun je dat praktisch organiseren?’

Lees meer over de cursus Dyslexie in het voortgezet onderwijs