Melding sluiten
inzicht en ontwikkeling
Menu

Supervisie: Positief aan de slag met casuïstiek

Anita Blonk: “Veel supervisoren worstelen met de richtlijnen van de NVO en het NIP”

“Beginnende supervisoren hebben een stevige cursus achter de rug, maar komen er in de praktijk vaak achter dat ze nog veel vragen hebben. Dat heeft impact op hoe ze er als supervisor in staan.”

Aan het woord is Anita Blonk, docent van de GITP PAO nascholingscursussen Superviseren en beoordelen van diagnostiek- en behandelingscasuïstiek. “Veel supervisoren worstelen met de casuïstiekrichtlijnen van de NVO en het NIP. Omdat de richtlijnen uitnodigen dicht op casuïstiek te gaan zitten, is bovendien de verleiding groot om zich als werkbegeleider op te stellen.”

 

“Als supervisor ben je enorm trots op je vak, maar je weet ook hoe ingewikkeld gedragswetenschap in de praktijk kan zijn. Vanuit die drijfveer wil je jonge collega’s leren stevig in hun schoenen te staan.  Daarnaast leer je er zelf stilletjes ook heel veel van. Die combinatie maakt supervisie zo leuk. Maar, hoe schep je een omgeving waarin je goed kunt superviseren? Hoe organiseer je een rijke leeromgeving voor de supervisant, waarin het stukje inhoud ook is geregeld?” 


Over Anita Blonk

Anita Blonk is orthopedagoog-generalist, K&J psycholoog, SKJ-Postmaster Pedagoog en supervisor voor NVO en NIP K&J. Ze heeft door de jaren heen veel ervaring opgedaan met de casuïstiekrichtlijnen van het NVO en het NIP op de universiteit en in haar eigen supervisiepraktijk.  Die ervaring deelt ze in de GITP PAO nascholingscursussen Superviseren en beoordelen van diagnostiek- en behandelingscasuïstiek

De hoofdpunten van de cursus zijn: 

  • Werken met casuïstiekrichtlijnen van NVO en NIP 
  • Onderbouwde besluitvorming van de supervisant
  • Beoordelen van de casuïstiek
  • Leren aan de hand van eigen supervisiecasuïstiek

Het aantal punten van de cursus sluit aan bij het aantal dat gedragswetenschappers nodig hebben voor herregistratie. Waarom zou je die punten niet verzamelen om verder te komen in supervisie en met andere supervisoren ervaringen uit te wisselen?  Anita Blonk stimuleert cursisten na de cursus een intervisie groep te vormen. Daarnaast houdt ze graag contact en kun je altijd bij haar terecht met vragen. Haar ideaal is supervisoren bij elkaar te brengen en een community te vormen om supervisie verder te professionaliseren binnen organisaties. Met een incompany cursus bijvoorbeeld. 

 
   

Organiseren van een rijke leeromgeving

“Bij supervisie gaat het erom dat je de besluitprocessen van de professional begeleidt, daarop reflecteert en de supervisant daarin begeleidt.  Je kijkt naar casuïstiek op metaniveau. Inhoudelijke vragen zijn voor de werkbegeleider. Natuurlijk kun je als supervisor best weleens meedenken. Maar dan is het belangrijk dat je je ervan bewust bent dat je even uit je rol van supervisor stapt. Wanneer je je als werkbegeleider gaat opstellen omdat het binnen de werkomgeving van de supervisant aan inhoud ontbreekt, komt supervisie op de achtergrond. Dan wordt het heel ingewikkeld. Tijdens de cursus gaan we in op hoe je die rijke leeromgeving voor de supervisant kunt organiseren.” 

 

Analyseren van objectieve en subjectieve informatie

 

Een ander belangrijk onderdeel voor supervisie is het verzamelen en analyseren van informatie. Anita Blonk: “Een hernieuwde eyeopener voor veel supervisanten, maar ook voor supervisoren, is het onderscheid tussen subjectieve en objectieve informatie. Welke informatie komt uit de belevingssfeer van de cliënt en wat zie jij als gedragswetenschapper? Kun je dit van elkaar scheiden, naast elkaar leggen, en op basis daarvan besluiten wat nu nodig is? Wat zijn de analyseprocessen die je als supervisor in zo’n proces verwacht en hoe ga je dit proces superviseren? In de cursus komen werkvormen aan bod die je een supervisant kunt aanbieden om analyses te maken van de verzamelde informatie.”

 

Onzekerheid over casuïstiek

 

Anita Blonk merkt dat het feit dat er steeds meer casussen moeten worden aangeleverd bij commissies, veel onzekerheden geeft bij supervisoren. “De NVO en het NIP gaan verschillend om met de eisen waaraan een casus moet voldoen. Dat maakt het best ingewikkeld. Daarom is het goed om de eisen van beide beroepsverenigingen naast elkaar te leggen, zodat je daarna op een positieve manier en tijdig aan de slag kunt met casuïstiek. Dan is er genoeg tijd om de behandeling van de zijlijn te volgen, zo nodig te interveniëren en naderhand te evalueren.” 

  

Lees meer over de GITP PAO nascholingscursussen voor supervisoren: Superviseren en beoordelen van diagnostiek- en behandelingscasuïstiek